|
Hoe het allemaal begonnen is.
De "Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland" de "Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging"en wat hebben deze met elkaar te maken? De Nederlandsche Jachtvereniging "Nimrod" werd opgericht in 1874 de belangen van de jacht, jachthonden en schietsport te dienen. Nimrod werd opgericht door een drietal Amsterdamse heren waar a.o. de naderhand bekent geworden Eduard Karel. Korthals Deze reders zoon zou later in de zwinger Wolfssmuhle de griffon fokken In 1895 verschijn het eerste exemplaar van het blad "De Nederlandsche Jager" wat al dadelijk de niet officiële naam kreeg van "t'Jagertje" wat nu zijn 105e jaargang beleefd. Vijf en twintig jaar later wordt deze vereniging Koninklijk. In 1904 werd de "Nederlandse Jagersvereniging" opgericht en in 1929 ging Nimrod op in deze vereniging in 1949 werd het predikaat Koninklijk verleend. Nimrod hielt zich niet alleen met de jacht bezig zoals we die nu kennen de jachtmogelijkheden waren veel uitgebreider dan heden ten dagen; zo was er de jacht te paard met de meute de parforce jacht, de jacht met geweer en de staande hond in die tijd voornamelijk met de setter en pionter en de Duitse staande kortharige honden en met de smousharen, de vangjacht met vallen en strikken, netten en fretten, de jacht met windhonden de lange jacht, de jacht met kortbenigen windenhonden de half langejacht waarbij het geweer gebruikt mocht worden en wat door een hiaat in de jachtwet mogelijk was, maar als zeer onsportief gezien werd en de jacht met de vogel havik en valk. Met de schietsport hielt Nirod zich ook bezig internationale wedstrijden werden georganiseerd, in 1897 te Haarlem waar Nederland de grote overwinnaar werd op schutters uit Engeland, Frankrijk en Duitschland. De valkenjacht heeft van 1840 tot 1855 onder toezien oog van Willem III op het Loo hoge triomfen geveerd. De Sociéeté du Loo verenigde een honderdtal sportsmen van Engeland, Frankrijk en Duitsland twee équipages om pluim op pluim te jagen onder de meester-valkeniers Jan Bots en Adriaan Mollen, trokken dagelijks uit tot de valkenjacht. Iedere équipage telde 20 á 25 afgerichte valken. Vele jachtverenigingen kende Nederland in deze tijd De eerder genoemde "du Loo". Royal Hawkingclub 1850 Loo in the Netherlands. Koninklijke Veluwsche Jachtvereniging, master of the hunt Mr. S.B.W. Graaf van Limburg Stirum. In 1874 werd een meute Engelse fox-heuns aangekocht. Het kostuum was roode rok. Gelria hunt 1891, beagles de dwinger was op Sonsbeek en de vossen kwamen uit Frankrijk, kostuum roode rok met gele kraag. 1897 De Veluwse jachtvereniging Equipagge du Deelerwoud Franse hertenhonden Fransche á courre, de dwingers zijn bij kasteel Vrijland, fransche pikeurs, cor de chasse en sautoir, kostuum donkerblauwe rok met gele kraag, er wordt gejaagd tweemaal per week op ree. Het jachtgezelschap de "Gortelse hertenclub, het wild koste 25 cent per pond. St Hubert Gilde te Haarlem 1803. Het groot St. Hubert te 's-Gravenhage 1820. De wilde faisanterie te Breda 1847. De jachtclub Diana, De Jagervereniging Nirod voor Oosterhesselen, Zweeloo en Steen, alle opgericht tussen 1880 en 1900. Maar voor ons liefhebbers van de jachthond deed Nirod het belangrijkste namelijk het al direct na zijn oprichting een hondententoonstelling in 1875 organiseren te Utrecht de honden waren in twee groepen ingedeeld jachthonden en niet jachthonden Er was een bedrag van f10.000 beschikbaar een enorm kapitaal voor die tijd. Als we nagaan dat Korthals een toelage kreeg van f1200.- per jaar toe hij in Duitsland verbleef en daarvan kon leven. Op 24 aug 1878 werd in het Heemskerkerduin de eerste veldwedstrijd gehouden De veldwedstrijden tentoonstelling werden jaar op jaar uitgeschreven. Op beide evenementen keurde de voorzitter F.W.Baron van Tuyll van Serooskerken. Frappant is dat de huidige voorzitter van de Commissiejachthonden van de KNJV ook nu een van Tuyll van Serooskerken is. In 1876 verscheen "Nimros's"keurboek in het voorword staat dat Nimrod "wil geraken tot het verkrijgen van zuivere hondenrassen in Nederland." In 1877 kocht Nimrod de met de hoogste onderscheiding op haar tentoonstelling bekroonde Engelse setter Prince, om als fokhond voor de leden beschikbaar gesteld te worden. In 1888 werd Nimrod's dresseerinrichting te Groenlo opgericht die later naar Susteren verplaats is. Naar het schijnt heeft deze inrichting in een grote behoefte verzien, hoe we dit voor moeten stellen is mij niet geheel duidelijk en de geschiedenis rept er verder niet over, wel wordt de veldwedstrijd ook naar Susteren verplaats. Eindelijk in 1889 komt het eerste Nederlandsche Hondenstamboek uit hiermede kreeg de kynologie vaste grond in Nederland. Hondententoonstellingen zijn de bakermat van de hondensport geweest, ruim 50 jaar eerder dan in Nederland Werd er voor het eerst in Engeland een tentoonstelling gehouden, Nederland volgende in 1873, Duitsland in 1877 en België in 1882. De tentoonstelling van 18 mei 1873 werd georganiseerd door het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap te 's-Gravenhage. De klassenindeling, de benaming van de rassen, de keuring dat alles was op een andere leest geschoeid dan nu, 300 inschrijvingen in 47 klassen. Een klasse voor niet gevraagde rassen, bulldog heten toe pucks, de griffon smousbaard patrijshond Duitse draadharen en de andere varianten waren er toe nog niet, de kynologie in Duitsland was toen nog maar een stip aan horizon de Engelse langharigepatrijshonden komen in èèn klas uit. Nog wat rasnamen uit die tijd, de tijgerhazewind, de Rus-Finsche brak, het windspiel, de zandwoestijnhond manillahond uit Gibraltar, snoekgrauwe bleshonden, Persische vleermuishondje, bastaard-tax afkomstig uit Atjeh , de mockims met bijschrift kan niet blaffen en uit Montfoort salto mortale hond. In 1877 van 30 juni tot 1 juli organiseert Nimrod een internationale tentoonstelling op de veemarkt te Amsterdam. Alber prins zu Sloms-Braunfels kwam met 43 rashonden naar Amsterdam waaronder bloedhonden, setters, pionters, deerhunds hannoversche speurhonden, griffons, retrievers, Duitsche staande honden en dashonden. De bloedhond Druid van de prins behaalde de enigste ereprijs voor jachthonden. Uit Engeland kwamen eigenaren met hun pointers en setters. Toen Nimrod in 1889 bezig was de dresseerinrichting in te richten en om die reden enkele jaren geen tentoonstelling uitschreef, Werd er een andere vereniging opgericht van rashondenliefhebbers. Op de vergadering van 1890 in hotel Bellevue te Arnhem werd samen en in overleg met Nimrod de "Nederlandsche Vereniging van liefhebbers en fokkers van rashonden"opgericht. Op de eerste vergadering was men het er nog niet over eens of alleen de luxehonden behartigd zouden worden en de jachthonden aan Nimrod zou over gelaten worden. Maar uiteindelijk zijn het beide groepen geworden. Later in 1890 op een bestuursvergadering werd op voorstel van penningmeester Dr. AJ.J. Kloppert het woord Cynophilia d.w.z. "Liefden tot de hond " toegevoegd aan de clubnaam.
Reeds in het jaar van oprichting hield Cynophilia haar eerste tentoonstelling op 4-7 september op de wielerbaan te Scheveningen, de tweede tentoonstelling werd een internationale en werd gehouden in de Amsterdamse parktuin. De derde grote club werd 1896 opgericht en is ontstaan uit strijd en kwam onverwacht, ook deze vereniging had als doel een internationale tentoonstelling te organiseren. Na deze zijn er nog diverse verenigingen opgericht en ook weer verdwenen. Eèn vereniging moet genoemd worden n.m. Kynos die in 1895 te Nijmegen werd opgericht en zich over de trekhond ontfermde, het zou tot nog zeker tot tussen 1950-1958 duren eer de trekhond verdween, wel werden er allerlei voorzieningen aan de karren gedaan om de honden te ontlasten, zo moest hond kunnen gaan liggen zonder dat het gewicht van de kar op hem drukte, naderhand moest er plankier komen waarop de hond kon gaan liggen en niet op natte koude straat, de hond verdween van voor de kar naar onder de kar, het werd verboden op de kar plaats te nemen en er moest een duwboom aan de kar zijn om de hond te helpen bij zijn zware werk. Een van eerste plaatselijke kynologenclubs was de Kynologenclub Amsterdam opgericht 1898, die prijzen beschikbaar stellende op diverse hondententoonstellingen en ten doel had het onderling gezellig verkeer der hondenvrienden in de hoofdstad te bevorderen. De speciale clubs nu rasverenigingen geheten de eerste was de Griffonclub, opgericht 29 juli 1888 door onze landgenoot en meester kynoloog E.K. Korthals, hij richten zijn eigen Fan-club op. Deze club met bestuurszetel in Duitsland , telde toen zo'n 200 leden, ze hielden een voorjaars- en een najaarsveldwedstrijd. De club had in België, Frankrijk en Beieren zelfstandigen afdelingen. Vanaf de oprichting tot 1900 heeft Nimrod 5 stamboeken uitgegeven. Er komen steeds meer rasverenigingen. De Nederlandsche Duitsche Doggen club 1 mei 1893. De Nederlandsche Setterclub werd opgericht 9 october 1893. Ook deze club houdt veldwedstrijden in vereniging met de Pointerclub die in 1896 ontstond. Wat heden ten dagen nog zo is. Alleen moet deze Setterclub en Pointerclub verdwenen zijn geraakt, de huidige Ierse Setterclub is in 1915 opgericht en de Nederlandse Pointer Club stamt uit 1938. De Nederlandsche Duitsche Staande Hondenclub dateert van december 1896. Die nadat in Duitsland en Nederland de Korthaar en Langhaar ieder zijns weg gingen en ook de Grote Munsterlander als ras zich manifesteerde, waar beide laatste verenigingen in Duitsland nog jarenlang ruzie over gemaakt hebben. Langhaar vond dat de Munsterlander gewoon een zwart bonte Langhaar was. En er in Nederland een Duitse Staande Korthaar vereniging kwam 1923 en de Vereniging en Langhaar 1919. In 1937 wordt besloten dat de Duitse Staande Honden vereniging voortaan door het leven zal gaan als de Continentale Staande Honden Vereniging. Veder werd de Nederlandsche Teckel- en Bassetclub gegrond op 6 januari 1896 de huidige Teckel club stamt uit 1903. De Nederlandsche Herdershondenclub 12 Juli 1898. De Nedelandsche Terrierclub 27 Juli 1898, St Bernardclub 16 Juli 1899 de Barzoïclub 15 October 1899. Onder de grote drie van kynologische verenigingen werd de behoefte voelbaar van een orgaan wat een kynologisch hulp- en infomatie- bureau zou moeten worden, een permanent bureau, waar alle stamboeken gehouden moesten worden, en waar lijsten der bewoners der 90 thans in Nederland geregisterde dwingers aan- en bijgehouden, ter inzage waren. Aan die instelling kon men vast verbinden enige heren veeartsen, zich speciaal toewijdende aan de studie der hondenziekten. Wijder zoude men speciale wagons met goed ventilatiesysteem, geheel ingericht voor hondenvervoer en met geschoold personeel bemand, aan kunnen schaffen om naar binnen- en buitenland in eigen beheer de honden langs spoorwegen te vervoeren, op humaner en minder jammerlijke wijze dan dit thans de directiën onze spoorwegmaatschappijen geschiedt. Dit alles zou gefinancierd kunnen worden als men de geldprijzen op tentoonstellingen afschafte en weer terug ging naar de wat toen minachtend de blikjes-tentoonstellingen werden genoemd. Het prijzengeld was aanzienlijk f5.- en f10.- , men bedenkt dat er 200 ere- en speciaalprijzen waren en 1000 klassenprijzen dat is voor nu ook nog een aanzienlijk bedrag. Er zijn rond 1900 meer zaken waarover men zich druk over maakte. Men sprak in die tijd over nuttige honden en pleizierhonden, onder de nuttige honden waren als eerste de jachthonden waak- en herdershonden, trekhonden, karnhonden, blindenmanshonden, bunsinghonden, truffelhonden en helaas gasthuishonden, die in de laboratoria met fraaie glaze buisjes rondlopen en waar tot groot nut voor de menschheid, dapper op geëxperimenteerd wordt, nadat men ze flink vastgebonden en weerloos gemaakt heeft,wel te verstaan. Zo was het een schande dat waakhonden afgericht werden om den mensch aan te vallen, wilde beesten werden het. Zo ook maakte men zicht druk over de fantasie fokkers, die onnodig en onnuttige vairateiten kruisten. Als voorbeeld volgt: Ik geloof dat er terrier- en pinscherrassen genoeg zijn, want wie een grote terriër verlangt kan een nemen Airedale, wie zich een kleine wenscht, een Affenpinscher aanschaffen; wie kortharige zoekt ziet uit naar een Fox, wie een langharige of halflangharige wil hebben, kiest een Yorkshire terrier of Duitsche Pinscher; wie een roode verlangt neemt een Iersche en wie een zwarte mooier vindt koopt een black and tan en als men bij de genoemde soorten zijn keus nog niet vinden kan, blijft altijd nog een dozijn terrier-soorten disponibel. Toch kwamen de Doberman Pinschers in de laatste tijd ten tooneele. Ze zijn niets beter dan de reeds bestaande soorten, hebben geen bizondere eigenschappen noch schoonheden en alleen omdat het nieuw is, komen ze voor een poosje in de mode. Hier ook wordt iets gefokt dat onnoodig en waarvan evenmin speciaal nut te verwachten is. Duitschland heeft van het kortharig staande-hondenras reeds een viertal goede stammen. Brauntigers, Wurtemburgers, Weimaraners en de groote afdeeling der bruinen en bruinbonten. Toch is deze verscheidenheid nog niet genoeg en komt een vijfde stam opdoemen uit Schaumburg-Lippe, de sneeuwvlokken hond. Het ruigharigge ras zag naast zich opduiken, de stekelharige en de poedelpointer. Of die sneeuwvlokkenhond nu zoo eminent beter op jacht is dan de gewone, thans goed doorgefokte bruine kortharige? En of de poedelpointer beter van bouw en fijner van neus is dan de ruigharige staande hond betwijfel ik zeer. Ook hier ontmoeten wij ene ongezonde fokliefhebberij die er op uit is om wat nieuws te produceren eerder dan om het bestaande te verbeteren. Aldus een artikel uit de Nederlandsche Sport van 1900. De windhondenrennen zoals deze in Engeland waren, zijn rond 1900 nooit van de grond gekomen. In het blad Nederlandsche sport 1881 wordt vermeld dat er op 1 December 1880 te Velzen een wedren heeft plaats gehouden waaraan 11 honden mede liepen. Door de mist waren de honden direct uit het gezicht en was er geen sprake van keuring. In 1893, tijdens de Nimrod tentoonstelling in de Vogel en Plantentuin te Arnhem gehouden, hebben Whippetwedstrijden plaats gevonden, ondanks dat het aardig was hebben de hondenrennen geen vaste voet gekregen in die tijd. Zo circa 1884 -1885 heeft Nederlandse leger proef gehouden met oorlogshonden, naar Duits voorbeeld, het 6e regiment infanterie moest de proef volbrengen een viertal honden werd aangekocht en in training genomen, waarmee men echter al zeer ongelukkig was, want reeds na enige maanden strieven ze allen. Dit treurig resultaat schijn zoo ontmoedigend op de legerleiding gewerkt te hebben, dat na die tijd de proef niet meer herhaald is. Pas na de tweede wereldoorlog zijn er weer honden in het leger gekomen voor object bewaking. De behoeften van rond 1900 werden uitgevoerd door de drie grote Nimrod, Chinophilia en de Nederlandsche vereniging van hondenliefhebbers richten in 1902 de "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland"op. In 1904 werd de "Nederlandsche Jagervereniging" op gericht gevestigd te 's-Gravevnhage aan de Jozef Israellaan 20. In 1929 zijn de beide jagerverenigingen een fusie aangegaan of in elkaar opgegaan en in 1949 werd de "Nederlandse Jagers vereniging " Koninklijk en ging verder door het leven als KNJV. De KNJV richten afdelingen op naar de geografische indeling van de kantonrechtbanken zoals die door Napolion ingesteld waren, Keizer Napolion was trouwen een miserabel schutter op de jacht. Iedere speciaal vereniging wat men nu rasverenigingen noemen, had een eigen veldwedstrijdreglement de een liet de keurmeesters volgen vrijenbeoordeling keuren de ander volgens punten. Langhaar liet de keurmeesters keuren volgens een puntenstelsel korthaar had hetzelfde systeem, de Griffonclub had daarentegen een ander systeem er werd gekeurd naar vrijenbeoordeling en lange tijd hebben de wedstrijd alleen maar voor griffons opengestaan. Toonaangevend waren Korthaar , Langhaar en de Continentale. Langhaar heeft sinds zijn oprichting in 1912 wel de meeste veldwedstrijden georganiseerd en doet dat heden ten dagen nog. Telkens laaide discussie weer op hoe de honden te beoordelen, vrijenbeoordeling zoals de Griffon dat deed of volgen het puntenstelsel van Korthaar, Langhaar en de inmiddels opgerichte Vereniging van Vrienden Duits Draadhaar.
De klachten kwamen van verschillende verenigingen dat in het Jagertje de keurverslagen niet gepubliceerd werden. De vraag aan het KNJV-bestuur meer voor de jachthonden te doen en eventueel een honden rubriek op te nemen werd niet beantwoord. Het waren schralen tijden voor de jager die buiten veldwedstrijden wat met de hond wilde de KNJV had weliswaar in 1948 het Field Trial Comité gevormd, die toezicht hield op de wedstrijden en keurmeesters aanstelde. Verder deed de KNJV niets meer voor jachthonden men had de jachthonden immers bij de Raad onder gebracht. Het is zelfs nog frappanter de KNJV wilde geen zetel meer bemannen in de Raad. In 1932 komt de Raad van Beheer met een veldwedstrijd reglement. Tijdens de bezetting 1940-1945 lag de jagerij en de jachtkynologie praktische stil, in het begin van de bezetting werd er nog wel gejaagd, later moesten jachtgeweren worden ingeleverd het is alleen bekend dat Langhaar samen met de continentale in 1940, 1941 en 1943 nog wedstrijden heeft gehouden. Door de bezetter werd van overheidswegen alles georganiseerd, geregeld en gecontroleerd, ook de jacht en de honden sport ontkwamen daar niet aan. In Duitsland het Reichsverband für das Deutsche Hundewesen. Deze viel onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw, dan werd een rasvereniging Vakgroep voor Weimaraners b.v., een onderdeel van deze organisatie. Wanneer er meerdere club's waren werd het een vakgroep en de andere werden opgeheven. Dit heeft de griffon club in Duitsland in die tijd bijna haar bestaan gekost, zij werd opgenomen in de Reinzuchtverband "Deutsch Rauhhaar" "Fachschaft für Deutsch-Drahtharige Vorstehunde"aangesloten bij de "Reichsbund Deutsche Jägerschaft. Hoe kon het ook anders onder de leiding van het Nationaal Socialisme dat een ras met een Franse naam gefokt door een Nederlander natuurlijk overvleugel moest worden door een echt Duitsras.Het is door toedoen van de KNJV-afdelingsbesturen gekomen het dat er in de landen weer iets in KNJV-verband met jachthonden werd gedaan. afdelingen van de KNJV gingen velddagen organiseren het bestuur stelde de proeven samen en keurde ook de honden, enkele afdelingen kregen landelijke bekendheid daardoor zoals Utrecht, Eindhoven en Den Haag, De dresseurdagen zoals ook wel genoemd werden stegen in populariteit. Voor de 2e wereld oorlog was het vooral de Afd. Den Haag die dresseur dagen hield, in de jaren 1950 werden deze onder de bezielende leiding van de voorzitter Mr Coporaal en de secr. Corn. Bosman beide griffoeniers weer opgepakt. In 1970 komen een aantal duinjagers bij elkaar waaronder Stek Geerts en Leo Hoorn en richten de "jachthonden School St. Hubertus "op, huren een instructeur in van politiehonden, wat geen succes was en dan ook de volgen jaren niet herhaald werd. Hubertus bestaat heden ten dagen nog en is een africhting club voor KNJV-leden. In de jaren 1950-60 begon er een tendens sterker te worden voor het houden van hoe men ze toen noemden velddagen voor jachthonden. De afd. Utrecht van de KNJV was de eerste die deze velddagen organiseerde. Op het landgoed "La Foret" hielden de heren Notaris Hofstede en Baron van Hogerdorp, de heer van Gerner en de heer Rommeling de eerste velddag. Zij waren dus eigenlijk de initiatiefnemers van wat de latere KNJV-proeven zouden worden. Door de heren C. van Veen en A.J. van Buren deze laatste oprichter en tot enkele jaren voor zijn dood voorzitter van de "Vrienden van Duits Draadhaar"geweest, werd in 1960 te Amsterdam op een terrein waar nu de Bijlmer gebouwd is een velddag gehouden met 5 honden. Door de bekendheid die hieraan gegeven werd, hielden beide heren het jaar daarop weer een velddag die een meer offieël tintje kreeg doordat er gekeurd werd door officele keurmeesters. De afd. Eindhoven organiseerde op het landgoed van de familie Laudon te Leende de eerste grote velddag, mede door Nico Blok die later overal in Zuid-Nederland en Vlaamderen africhtingcursussen gaf werd het een groot succes. Het initiatief kwam van Dr v.d. Brink om een landelijke vergadering te houden om de velddagen officieel te gaan regelen, op deze vergadering waren aanwezig de heren v.d. Brink, Rooyakkers Sr., Gerretsen, Kraak, Oskam, Jack Prins, van Buuren. De heer Kraak nam op zich een ontwerp te maken van de door de honden af te leggen proeven en jaar later werd het in handschrift afgeleverd op de vervolg vergadering. De toenamen van deelnemers was enorm groot, waardoor de KNJV een speciale commissie in het leven riep die de latere CJP commissie jachthondenproeven of te wel zoals de commissie al gauw hete Commissie Jack Prins naar de eerste voorzitter. In 1970 verschijnt het eerste Reglement Afdeling-Gebruiksproeven voor Jachthonden.
Ook toen konden er C-, B- en A-diploma's behaald worden, alleen de proeven voor de diploma's waren gedeeltelijk anders. C-diploma: Proef
a. De hond moet, aangelijnd naast de voorjager lopen. B-diploma: Proef
d. Afleggen buiten zicht. A-diploma: Proef
j. Apport van een verre loper over
water. Eën artikel moet vermeld worden n.m. art. 28. De jury
voor een Afdelings-Gebruikshondenproef bestaat uit minimaal twee keurmeesters.
De helft daarvan, bij een ovenaantal naar boven afgerond, moet door
het Afdelingsbestuur gekozen worden uit de lijst keurmeesters voor
Afdelings-Gebruikshonden. Voor de resterende plaats(en) mag een persoon
als keurmeester(s) aanwijzen, die niet op deze lijst voorkomen. Om
zo snel mogelijk tot uitbereiding van deze lijst te geraken, verdient
het aanbeveling, dat een Afdelingsbestuur in ieder geval van dit recht
gebruik maakt voor één zijner leden, indien het nog niemand op deze
lijst heeft staan. Zo werd je vroeger KNJV-proevenkeurmeester.
In 1975
komt het Algemeen veldwedstrijd Reglement uit In 1995 komt een totaal
vernieuwd reglement met supplementen voor alle soorten veldwedstrijden.
De ORWEJA is inmiddels opgericht 1 jan 1973 Organisatie tot Regeling
van het Wedstrijdwezen voor Jachthonden.Een convenant tussen R. van
B. en KNJV. Commissie Jachthonden (CJ) is namens de Raad
van Beheer en de KNJV belast met veldwedstrijden en jachthondenproeven
en geeft leiding aan de ORWEJA. De voorzitter wordt door de
KNJV en de Raad van Beheer gezamenlijk benoemt, de andere leden zijn
de voorzitters uit de diverse subcommissies.
De jachthouder de heer R.E. van Erven Dorens werd omgekocht om toestemming te geven de toenmalige penningmeester Lex van Nes heeft de kas van de vereniging goed laten bloeien. Er schreven 19 deelnemers in waarvan 9 WEK, 1 WEL alleen de later bekend geworden Clif van de Jagershorst behaalde een kwalificatie goed, alle andere weimaraners waren onrustig of sprongen niet houdbaar in of kregen een te eenvoudig apport om in aanmerking te komen voor een kwalificatie. Het cacit werd niet uitgereikt maar het cac wel met de kwalificatie uitmuntend en dit was voor Janeke Labruyère met Golden Caya van Renje een door haar zelf gefokte Golden Retriever. De keurmeesters het halve Field Trail Comité was uitgenodigd P. Rooyakkers Jr, P. Rooyakkers Sr, J.M. den Hartog, J. Prins, P.W. Nordanus en tevens gedelegeerde J.B.F. Bosch van Rosenthal. De prijsuitreiking vond plaats in restaurant "de Boggelaar" te Warnsveld, waar tussen de middag een jagermaaltijd plaats vond en dat was natuurlijk hazepeper. Na deze eerste wedstrijd zijn er nog zeer vele gevolgd. Bron: Leo van Gogh |