|
Gedrag van honden Nou, algemeen bekend; honden/wolven
leven in een roedel.
Aangezien de dieren dus nauw moeten samenwerken en leven, heersen er afspraken binnen de groep. Anders zou er immers een constante strijd ontstaan over bijvoorbeeld de ranghoogste positie, waarbij de dieren elkaar hevig zouden kunnen verwonden. Agressieve contacten moeten zoveel mogelijk beperkt worden, waardoor voorkomen wordt dat er schade wordt toegebracht aan de roedelgenoten. Bij ongeremde agressie kan immers een van de roedelgenoten de dood vinden. Communicatie en ritualisatie (het tot signaal worden van bepaald gedrag, waardoor je een soort van gebarentaal krijgt) zijn middelen waarmee bijvoorbeeld agressie in minder riskante banen geleid kan worden. Ook een duidelijke rangorde vermindert conflicten. Binnen een roedel bestaan vaste dominantieverhoudingen. Bovenaan de groep staat de alphateef. Zij staat boven de reu omdat zij verantwoordelijk is voor de voortplanting. Zij is dus de dominant in de groep, gevolgd door de alphareu. De alphareu wordt in de roedel veelal opgevolgd door een aantal reuen, waarna helemaal onderaan de roedel soms nog wat teven staan. Meestal worden de teven echter verjaagd of gedood door de alphateef, die veelal geen andere teven tolereert in haar roedel. Dat is dus tevens de reden dat binnen een huisgezin twee teven niet bepaald een geweldige combinatie is, mits de dominantieverhouding erg duidelijk is doordat een van de twee duidelijk de dominant is en de ander echt de ranglaagste. Beter is echter om de roedel te laten bestaan uit meerdere reuen en dus 1 teef. Wat precies bepaald dat de ene hond dominant is en de andere hond niet, dat is nog niet bekend. Wellicht heeft het veel te maken met de hormoonhuishouding en de aanmaak van testosteron. Inmiddels heeft men namelijk wel bewezen dat wanneer in de baarmoeder een teef tussen twee reuen in ligt er een uitwisseling van hormonen plaatsvindt. Dit zorgt ervoor dat wanneer de teef de mannelijke hormonen van haar broertjes heeft ontvangen in de baarmoeder (doordat ze er tussenin ligt)deze teef een dominanter type is. Een teef uit een nest met alleen maar reuen zal dus een meer dominante teef zijn. Goed, deze dominantieverhoudingen binnen de roedel moeten aan elkaar worden overgebracht. Daarvoor zijn een aantal communicatiemiddelen. Een van die communicatiemiddelen is lichaamstaal. Een dominante of zelfverzekerde lichaamshouding herken je aan:
Een onderdanige of angstige houding herken je aan:
Een hond die zonder interactie met soortgenoten
of mensen een hoge of lage houding aanneemt, geeft daarmee zelfverzekerdheid
of angst weer. Dominantie en/of onderdanigheid bestaat dus alleen
binnen een relatie. Tijdens een ontmoeting met een totale vreemde
zal de houding dus zekerheid of onzekerheid uitstralen. Er is dan
immers nog geen sprake van een relatie. Los van de houding bezit de hond nog tal van middelen om zijn gemoedstoestand weer te geven. Zo zijn er:
Even kort wat toelichting, omdat dat leuk
is : Dominant en onderdanig gedrag Gebaren en het gedrag zijn andere manieren
om aan de groep over te brengen hoe de hond zich voelt. Dominante gedragingen zijn:
Onderdanige gedragingen zijn:
Er bestaan nogal wat fabeltjes over dominant
gedrag. Zo zou borstelen met een borstel dus als dominante handeling
worden gezien, evenals bijvoorbeeld het optillen van de hond. Wanneer een hond maar vaak genoeg dominant gedrag kan vertonen en hiervoor niet gestraft wordt of zelfs beloond voor wordt, kan er op een subtiele wijze een rangswisseling plaatsvinden. De eigenaar wordt zich hier meestal te laat van bewust. Hij wordt dan geconfronteerd met een rangordeprobleem, waarbij hij zelfs het risico loopt om gebeten te worden. Een ranghogere mag immers een ranglagere corrigeren voor gedrag. In conflicten zal de dominant eerder de zijde van de winnaar kiezen. Dat moet een eigenaar zich dus realiseren. De ranglaagste verdient de correctie. Hier gaat het met mensen en honden nogal eens fout. Mensen zijn immers geneigd de zijde van de "underdog" te kiezen. Dan bestaat er ook nog de term "de
afhankelijke rang". Dit is voor het eerst beschreven bij apengroepen.
Hier bleek dat jonge dieren van dominante moeders al snel dominant
werden over oudere dieren waarover de moeder al dominant was. Verder is belangrijk dat men zich realiseert dat door deze afhankelijke rang een kind een hond dus nooit kan dwingen tot het opvolgen van commando's. Accepteer dat ook en ga niet als ouder de hond dwingen om alsnog het commando uit te voeren. Hierdoor kunnen vroeg of laat rangordeconflicten ontstaan tussen de hond en het kind. Het verstoppen van een hondenkoekje of een speelgoedje en de hond het vervolgens laten zoeken zijn leuke spelletjes voor hond en kind om te doen. Dominantieverhoudingen staan vast binnen
een roedel. De leider echter niet. De dominant kan taken delegeren
waardoor een andere hond/wolf de leiding neemt. De dominant is dus
gelijk, maar de leider kan wisselen. Om over die dominantieverhouding iets te kunnen zeggen moet je dan dus weer naar die houding kijken..immers, gedrag zegt niks over de dominantieverhouding. Een ander fenomeen wat samenhangt met
de dominantieverhoudingen is de gedragssynchronisatie. Dit wil zo
veel zeggen dat de alphahond de stemming vaak bepaald. De stemming
van de ranghoogste wordt overgenomen door de ranglageren. Ook kan
de individuele hond zich aanpassen aan de stemming die heerst binnen
de roedel. Dit fenomeen zie je nogal eens terug bij honden die de
opgewonden stemming van de eigenaar overnemen als bijvoorbeeld de
deurbel gaat. Of een hond die agressief reageert op andere honden,
omdat de eigenaar de lijn kort neemt en bijvoorbeeld bang is voor
de andere hond. Agressie en spel Agressie en spel overlappen elkaar nogal in gedragingen. Zo komt bijvoorbeeld bijten voor bij het spelen maar ook bij agressie. Dit maakt het soms voor ons eigenaren en soms ook voor de hond nogal onduidelijk.
Een open bek duidt op een intentie tot
bijten. Een combinatie van een open bek en het laten zien van tanden
duidt dus op een agressieve bijtintentie, terwijl een open bek zonder
het zichtbaar zijn van tanden duidt op een spelbijtintentie. Tijdens het spel wordt er gebruik gemaakt van de zogenaamde "spelbow". Hierbij zakt de hond door de voorpoten en het voordeel is dat het zoeken van contact op die wijze minder bedreigend is. Tijdens het spelen wordt de buiging nog wel eens getoond als excuses voor te hard spel. Basisprincipe's opvoeding Voor het instellen van de gewenste rangorde staan er een aantal middelen ter beschikking. We praten dan over dominante handelingen. Bij alles wat we met de hond ondernemen moeten we ons bewust zijn van de indruk die dit op de hond achterlaat.
Naast de sterkte van straf of beloning
is ook de timing erg belangrijk. Eigenlijk kun je aanhouden dat als
je binnen twee tellen straft/beloond voor bepaald gedrag, de hond
de link tussen dit gedrag en de beloning/straf nog zal leggen. Spelen kan niet als beloning worden gebruikt tijdens de training. Alleen al gezien het tijdsbestek waarbinnen de beloning gegeven dient te worden (die twee tellen) is dat dus niet mogelijk. Wel kan er een speeltje worden gegeven aan de hond. Wel is spelen een prettige ervaring voor de hond en kan dus wel als therapiemethode worden gebruikt, bijvoorbeeld als afleiding bij moeilijke situaties. Verder kan spel worden gezien als een rangordebevestigende handeling, als de baas tenminste de meeste spelletjes wint. De baas moet dus de spelleider zijn. Verder moet er rekening worden gehouden met dat de opwinding tijdens het spel ervoor kan zorgen dat het spel omslaat tot spelagressie en dat spelagressie weer een verstoorde dominantieverhouding tot gevolg kan hebben. Nog wat losse dingetjes: Resource holding potential is de term die staat voor het KUNNEN behouden van voorwerpen , wat dus is voorbehouden aan de dominant. Dit wil dus niet zeggen dat de dominant altijd alles in zijn bezit heeft. Het gaat om het "idee". Hier vanuit kan het ter bevestiging van de rangorde goed zijn om met je eigen speeltjes (bijvoorbeeld een aparte bal of touw) met de hond te spelen en niet met de speeltjes van de hond, die de hond dus na afloop mag houden. "je eigen speeltjes" gaan na het spelen de kast weer in en blijven zo uiteindelijk dus in het bezit van de dominant. Ook het apporteren is een onderdeel van dit gedrag. De mening dat het apporteren voortkomt uit voedselterugbrengdrift is niet waar. Apporteren is competitief gedrag, dus het graag willen hebben van voorwerpen en graag willen ronddragen van dingen. Een hond die niet competitief is, bijvoorbeeld omdat de hond te laag staat in de rangorde en de eigenaar te dominant is, wil dus niet apporteren. Soms kan de apporteerdrang dan worden gestimuleerd door de hond onder andere vaker spelletjes te laten winnen, waardoor de competitie tussen de hond en zijn baas wat wordt aangewakkerd. Angstagressie wordt niet gecorrigeerd, ook door honden onderling niet. Als er twee honden vechten in een gezin. In principe Niet mee bemoeien!!!! Als het twee teven betreft is het eigenlijk de beste oplossing om de teven te scheiden. Wanneer de honden vechten in aanwezigheid van de eigenaar gaat de eigenaar verkeerd om met de rangorde. Vechten de honden in afwezigheid van de eigenaar, dan heeft de eigenaar een afhankelijke rang gecreëerd en is de eigenaar erg dominant, waardoor de honden niet in bijzijn van de eigenaar durven in te grijpen. Bron: Doreen Planta - Cursus ethologie hond |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||