DE WEIMARSE STAANDE HOND: EEN ALL-ROUND JACHTHOND DIE STAAT VOOR ZIJN BAAS

Inleiding
De Weimarse Staande Hond of Weimaraner is met zijn muis-, zilver- of reegrijze
vacht en barnsteenkleurige ogen een opvallende verschijning. Het is een middelgrote
jachthond met een schofthoogte van zo'n 65 cm. Hij behoort tot de Staande Jachthonden
rassen. Ofschoon er in Nederland al meer dan honderd jaar Weimaraners zijn en
gefokt worden, bleef dit ras tot aan het begin van de zestiger jaren een zeldzame
verschijning en zeker op tentoonstellingen, jachthondenproeven en veldwedstrijden.
De afgelopen decennia is het aantal Weimaraners en daarmee de bekendheid van
dit ras in ons land aanzienlijk toegenomen. Hij komt voor in twee verschillende
haarvariëteiten; de meest voorkomende korthaar en de langhaar.
Bouw
Het is een middelgrote tot grote hond, de reuen hebben een stokmaat van 59-70
cm en de teven 57-65 cm. De kleur is zilver- ree- of muisgrijs en alle kleurschakelingen
ertussen in. Witte aftekeningen anders dan op borst en voorvoeten zijn niet
toegestaan. De beharing is kort of lang. Het hoofd is matig lang en harmonieus
waarbij de lengte van de neus tot de aanvang van de schedel iets langer is dan
van de aanvang van de schedel tot aan de achterhoofdsknobbel. Krachtig gebit
zonder fouten en een rechte of iets gewelfde neusrug. Er is een uiterst geringe
stop en de lippen zijn matig overvallend. De ogen zijn barnsteenkleurig, en
bij de pups hemelsblauw. De hond moet een krachtige borst hebben. De rug is
iets langer maar niet doorgezakt en niet overbouwd of voor overstaand. De staarten
mogen nu niet meer gecoupeerd worden.. De benen hebben goede hoekingen met een
regelmatig krachtig gangwerk.
Karakter
Om iets van het karakter van de Weimaraner te begrijpen is het noodzakelijk
om te weten wat de oorsprong van de hond is, veel Weimaraners worden tegenwoordig
als huishond gehouden fat betekent niet dat de eigenschappen waar zo lang op
geselecteerd is niet meer aanwezig zijn. De volgende karakterbeschrijving kan
men vinden in de rasstandaard:
"de Weimaraner is een veelzijdige, gemakkelijk onder appel te brengen,
gepassioneerde jachthond, die systematisch en volhardend zoekt, echter niet
overdreven temperamentvol. De neus is opvallend goed. Betrouwbaar in voorstaan
en bij waterwerk. Opvallende werklust na het schot, zoals spoorvastheid en het
verloren brengen".
Wat betekent dit nu voor de Weimaraner in het algemeen. Een hond die spoorvast
is zal in het algemeen volhardend zijn in de opdracht waar hij aan begint ondanks
de verleiding die hij tegenkomt. Een hond die betrouwbaar voorstaat is een hond
die zelfstandig aan kan geven dat er wild aanwezig is, die dat wild respecteert,
ook al is de voorjager op afstand. Deze zelfstandigheid en volhardendheid zou
men in de omgang met de hond als "eigenwijs" kunnen omschrijven. De
hond heeft van aanleg roofwildscherpte en heeft een verdedigingsdrang en is
dus niet zo gauw van de wijs te brengen. Dit zou men al "hard van karakter"
kunnen uitleggen, maar men kan het beter doortastend noemen. De genoemde opvallende
werklust en zekerheid bij apporteren geven wel aan dat de hond graag voor zijn
baas werkt. Samengevat hou je dus een zelfstandige, volhardende en doortastende
hond over die graag iets voor je wilt doen. Een omschrijving waar de meeste
Weimaraner eigenaren zich in kunnen vinden. Het geeft wel aan dat dit een hond
is die niet voor iedereen de geschikte keus is. Om deze honden in goede banen
te leiden moet je er veel tijd en energie in stoppen en dit houdt niet op nat
het moeilijke eerste jaar, het zijn honden die hun leven lang bij veel opdrachten
zullen blijven denken "waarom?". Kun je daar mee overweg dan is het
een geweldige hond die voor baas èn familie door het vuur gaat.
Veelzijdigheid
De Weimaraner is van oorsprong een jachthond die in elk onderdeel van het jachtgebeuren
inzetbaar was en moest zijn. In Nederland wordt de praktijkjacht op steeds kleinere
schaal toegepast en zeker niet in al zijn facetten. Ook de jachtproeven en veldwedstrijden
kunnen in Nederland helaas niet voldoen aan alle onderdelen van de jacht waarin
de Weimaraner zich kan bekwamen hoewel ze voor de meeste eigenaren, die iets
met hun hond op jachtgebied willen doen, voorzien in een behoeft. Wat dat betreft
zijn de proeven in Duitsland en Oostenrijk breder van opzet, waar vanaf een
jeugdproef (VJP of Anlageprüfung) via een najaarsproef (HZP) naar een volgebruiksproef
(VGP) gewerkt wordt met de honden. Zo wordt zowel de aanleg als de ontwikkeling
van de jachteigenschappen beoordeelt over de periode van een tot drie jaar.
Liefhebbers van deze veelzijdigheid van jachteigenschappen, trainen in Nederland
met de beperkingen van veld en wild en reizen naar het buitenland om deel te
nemen aan de proeven.
De resultaten zijn zeker niet slecht en ik ben ervan overtuigd dat dit enerzijds
komt door de inzet van voorjagers en anderzijds door het nog steeds aanwezige
veelzijdigheid van jachteigenschappen van de Weimaraner in Nederland.
De veelzijdigheid van de Weimaraner komt ook op andere gebieden dan de jacht
tot uiting. Zo wordt de spoorzekerheid gebruikt bij de inzetbaarheid als reddingshond
en bij het opsporen van drugs op bijvoorbeeld vliegvelden. Daarnaast is een
grote groep van eigenaren actief in de G&G en andere doen behendigheid of
Flyball met hun Weimaraner en dit alles met succes.
Oorsprong en ontwikkeling van het ras
De Weimaraner heeft zijn naam te danken aan de stad Weimar in de streek Thüringen
in Duitsland. De stad werd in 1547 de hoofdstad van het groothertogdom Sachsen-Weimar.
Aan dit hof werden grijze honden gefokt die een grote bijdrage hebben geleverd
aan het tot stand komen van de huidige Weimaraner. Er zijn verschillende theorieën
over het ontstaan van de Weimaraner, het enige zeker is dat al bijna 200 jaar
terug Weimaraner (of daar op lijkende honden) gefokt werden aan het hof van
Weimar. De vraag echter hoe het hof van Weimar aan de Weimaraners is gekomen
is niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn verschillende theorieën bekend, een
daarvan is dat de Weimaraner aan het eind van de 18e eeuw zou zijn ontstaan
uit een kruising van Spaanse of Engelse pointers met Duitse honden of een Duitse
staande korthaar. Een andere theorie bestrijdt dit, aangezien al op afbeeldingen
uit 1631 een grijze Weimaranerachtige hond te zien is. Niet alleen daarom maar
ook gezien het feit dat een Weimaraner tot op veel hogere leeftijd actiever
is dan de pointer, roofwildscherpte en een waak- en verdedigingsdrang heeft,
zou de pointer niet in de Weimaraner gekruist zijn.
Een andere theorie beweert dat de Weimaraner oorspronkelijk in Frankrijk is
ontwikkeld aan het hof van Louis IX. In de loop van de eeuwen zijn de grijze
honden daar door enkele liefhebber gefokt. In 1792 ging Groot-hertog Karl August
von Sachsen-Weimar met Goethe naar Frankrijk en raakte daar sterk geïnteresseerd
in de nieuwe vorm van jagen met de staande honden. Hij was bijzonder onder de
indruk van het uiterlijk en de jachteigenschappen van de grijze honden. Hij
nam enkele honden mee naar Duitsland en heeft ze daar voor vele verschillende
soorten jacht gebruikt. Met name voor de jacht op grootwild zoals hert, zwijn
en beer maar ook voor de jacht op hoenders. Toen de jacht veranderde en meer
met jachtwapens werd gejaagd is de hond ingezet voor de jacht op everzwijnen,
hazen, eenden en hoenders, daar is door de Duitsers ook verder op geselecteerd.
Daartoe zijn tevens kruisingen uitgevoerd met andere rassen. Met welke rassen
is nooit duidelijk geworden, al wordt wel de Engelse pointer genoemd. Het is
wel zeker dat de hedendaags Weimaraner verschilt van de grijze hond zoals die
te zien is op het schilderij van Van Dijck uit 1631. Aanvankelijk werden deze
geselecteerde jachthonden geen Weimaraner genoemd maar "Carl-August Hunde",
zij werden gehouden door de jagers van de groothertog en door boeren in de omgeving.
Omstreeks 1850 begon in Duitsland het fokken van en met Weimaraners toe te nemen.
Met nadruk mèt Weimaraners want het was niet ongebruikelijk andere (jachthonden)
rassen in de fokkerij te betrekken. In 1863 werd in Hamburg al een honden tentoonstelling
gehouden, terwijl pas in 1879 de rasstandaard voor een aantal rassen werd vastgesteld.
In 1880 werd op een tentoonstelling in Berlijn de Weimaraner nog als bastaard
aangemerkt! Liefhebbers van het ras streden om een erkenning, terwijl vele kynologen
van de die tijd meenden dat de Weimaraner slecht een kleurvariant van de Duitse
Staande Korthaar zou zijn. Er was natuurlijk een duidelijk onderscheid vonden
de Weimaranerkenners van die tijd, maar de strijd was niet zomaar gestreden.
Aanvankelijk werd de Weimaraner in het stamboek van de "Klub Kurzhaar"
opgenomen, wat een schrale troost was, maar het was een begin. Op 24 juni 1886
roept Hegewald op tot het stichten van een speciale fokvereniging voor de Weimaraner.
De eerste rasstandaard werd opgesteld door Major von Bünau, voorzitter van de
jachtclub Bernburg, die op een tentoonstelling van de Staande Honden te Bernburg
op 23 april 1887 de Weimaraner apart liet keuren om de raskenmerken vast te
kunnen stellen.
Één van de toen reeds geconstateerde karakteristieken van de Weimaraner was
zijn opmerkelijke staart. Gezegd werd, dat deze staartzo verschillend was van
alle andere jachthondenrassen, dat zelfs wanneer een Weimaraner bruin geschilderd
zou worden, hij aan zijn staart te herkennen zou zijn. De staart is niet het
mooiste deel van de Weimaraner. Vanaf de aanzet, tot de zich op eenderde deel
lengte bevindende knik, is de staart cilindervormig, en pas vanaf dat punt (waarop
gewoonlijk de staart wordt gecoupeerd) loopt de staart spits toe. De beharing
van de staart is borstelig en langer dan de overige beharing van de Weimaraner.
Een dergelijke volledige beschrijving van de staart komt pas weer tot zijn recht
als de Weimaraner zijn volledige staart zal bezitten hetgeen vanaf 2001 méér
het geval zal zijn vanaf het moment van het coupeerverbod.
Tot 1920 was de Weimaraner in Duitsland zeker niet zeldzaam, en verscheen, hoewel
primair een werkhond, regelmatig op tentoonstellingen. Hoe anders is de ervaring
in 1998 als we met een aantal vrienden in Weimar zijn ter gelegenheid van het
100-jarig bestaan van de Duitse Weimaraner klub ev. In de stad worden we aangesproken
over de merkwaardige grijze honden en als we de inwoners van deze stad, Weimarers
geheten, vertellen dat her hier om Weimaraners gaat, oorspronkelijk in deze
streek gefokt, worden we vol ongeloof aangehoord.
In 1921 werd Major Robert Herber voorzitter van de Weimaranervereniging. Toen
was een tamelijk wankele basis aanwezig voor de Weimaranerfokkerij. Er bestond
een grote variatie in kleurnuances en de witte aftekeningen waren erg uitgebreid.
Bovendien waren belangrijke bloedlijnen na de Eerste Wereldoorlog verdwenen,
Herber legde hel ster de nadruk op het zuiver houden en in positieve zin ontwikkelen
van het ras. Een van zijn uitspraken was: "De Weimaraner is de aristocraat
onder de jachthonden en geen allemanshond en ook geen salonhond. Hij moet blijven
wat hij is, een voor iedere jacht te gebruiken hond. Daarom worden Weimaraners
alleen aan jagers verkocht en is de aanschaffingsprijs hoog gehouden. Een perzik
is duurder dan een pruim, waarmee niet wil zeggen dat andere minder zijn, maar
slechts de bijzonderheden van de Weimaraner wil benadrukken". W. Petri,
oud-voorzitter van de Duitse Weimaranervereniging, schrijft over Herber dat
geen offer, geen werk hem teveel was. Hij was een voorbeeldig mens, jager en
fokker, die de toenmalige langzame, zware, maar onovertrefbare spoorzekere Weimaraner,
door een zorgvuldig gekozen fokdoel, wist ter brengen tot zijn huidige vorm,
die wij nu zo bewonderen.
De Tweede Wereldoorlog had nadelige gevolgen voor het ras: de tweedeling van
Duitsland betekende een tweedeling van de populatie, waarbij vooral in de DDR
een dramatische daling van het aantal nesten plaats vond. Een ander opmerkelijk
feit was dat Amerikaanse soldaten veel pups meenamen naar Amerika en een nog
onbekend ras introduceerden. In eerste instantie nam hierdoor het aantal honden
in Duitsland af, wat natuurlijk nadelig was voor de fokkerij, daarentegen bloeide
de Weimaraner in Amerika op hetgeen alleen maar toe te juichen was. Na 1950
nam het aantal nesten per jaar steeds meer toe waarbij per jaar 100-200 honden
in het stamboek in Duitsland werden ingeschreven. In Amerika was het ondertussen
zover dat er 50 maal zoveel Weimaraners per jaar gefokt werden dan in het land
van oorsprong.

Weimaraner Korthaar
]
Weimaraner Langhaar
De Langhaar Weimaraner
Vóór 1900 kwamen Langhaar Weimaraners zelden voor en werden een enkele maal
beschreven als nakomelingen van Weimaraner Korthaar met een ander ras. Ook na
1900 werd er zelden met Langhaar Weimaraners gefokt, vaak werden de pups gedood
omdat men de voorkeur had voor de Korthaar. Korthaar Weimaraners die heterozygoot
zijn voor de langhaarfactor hebben een onderlinge paring bij 25 % van de nakomelingen
de kans op een zuiver langhaar, 50 % heterozygoot Langhaar-Korthaar en 25 %
zuiver Korthaar. Dat de dominantie Korthaar over langhaar niet volkomen is,
is op te maken uit het feit dat in dergelijke lijnen stokharige vachten meer
voorkomen.
In Oostenrijk werd de Langhaar eerder geaccepteerd dan in Duitsland, misschien
omdat de weersomstandigheden in Oostenrijk minder gunstig zijn en de Langhaar
hier tegen beter bestand zijn. In Duitsland werd de eerste Langhaar in 1936
in het Duitse Hondenstamboek ingeschreven. De Tweede wereldoorlog had voor de
Langhaar meer funeste gevolgen dan voor de Korthaar Weimaraner, eenvoudigweg
door het kleinere aantal. In Oostenrijk gaat het Langhaar bestand door een genetische
trechter, dat wil zeggen dat over een bepaalde periode alle nakomelingen op
één of enkele ouderdieren zijn terug te voeren. In Duitsland kreeg de Langhaar,
ondanks import uit Oostenrijk nog steeds geen vaste voet van de grond. Nog in
de zestiger jaren werd er beweerd: "het is de hoogste tijd, dat we tot
de werkelijke "Reinzucht", de nalatenschap van Herber, terugkeren.
Later wordt de basis voor de Langhaar fokkerij verbreed door heterozygote Korthaar
Weimaraners in te zetten en tegelijkertijd de honden uit Oostenrijk te gebruiken,
waar de Langhaar inmiddels een wezenlijk bestanddeel vormt van het totaal aantal
weimaraners.
De Weimaraner in Nederland
De eerste rasstandaard werd in 1897 vastgelegd en het is daarom dat niet eerder
dan 1898 de eerste inschrijving in het Nederlands Hondenstamboek van Weimaraners
plaats vond. Onder nummer 749 en 750 worden respectievelijk de reu "Roland"
en zijn nestzus, de teef "Bella" ingeschreven. In 1917 worden er drie
Weimaraners in het N.H.S.B. bij geschreven net als in 1929. Al met al een aarzelend
begin van de Weimaranerfokkerij in Nederland. Dat blijft voorlopig ook zo: in
de jaren 50 worden de volgende 10 exemplaren ingeschreven in de jaren 60 zijn
dat er al 159.
Dan volgt de ommekeer, in 1970 wordt de vereniging de Weimarse Staande Hond
opgericht en tegelijkertijd valt een verbreding van de fokbasis waar te nemen
door onder meer reuen uit Duitsland, Engeland en Amerika. In de 70er jaren komen
ook de eerste Langhaar Weimaraners in Nederland aan, die momenteel groeiend,
maar nog gering in aantal zijn in vergelijking met de Korthaar. In de jaren
70 worden 519 Weimaraners in het NHSB bijgeschreven, in de haren 80 zijn dat
er 1322. Daarna is de stand van zaken zodanig dat per jaar gemiddeld ruim 200
Weimaraners worden toegevoegd. Al met al een stormachtige groei met daarbij
de verantwoordelijkheid voor de bewaking de gezondheid van het ras voor nu en
voor de toekomst. Kernpunten zijn onder meer een brede fokbasis en het bestrijden
van erfelijke aandoeningen. De bedoeling is dat in de toekomst de vereniging
"de Weimarse Staande Hond" een verantwoord fokbeleid onder de paraplu
van een Centraal fokbeleid zal nastreven.
Naast de bewaking voor de gezondheid is het natuurlijk behoud van het ras als
zodanig van belang. Bij het fokken selecteer je op bepaalde eigenschappen, waarbij
je ongewenste eigenschappen niet meeneemt. Gewenste eigenschappen vallen voor
de Weimaraner in twee hoofdgroepen uiteen: jacht en exterieur. Jachteigenschappen
zijn natuurlijk belangrijk omdat uit deze criteria de hond ooit ontstaan is.
Het is de basis voor de veelzijdigheid en het karakter van het ras Exterieur
is minstens zo belangrijk omdat de hond tenminste moet voldoen aan de rasstandaard,
waarin het verleden zo om gestreden is om de Weimaraner een eigen positie tussen
de rassen te geven: een hond met een uniek uiterlijk en uitstraling. Er moet
in de fokkerij natuurlijk een bepaald evenwicht zijn tussen deze twee hoofdgroepen
omdat ze alleen in combinatie de Weimaraner maken tot wat hij moet zijn.
In Nederland is het zo dat de Weimaraner voornamelijk als huishond wordt gehouden
en wordt als zodanig zeer gewaardeerd. Een relatief klein deel wordt gebruikt
in de praktijkjacht en wat meer honden worden voorgebracht op jachtproeven in
binnen- en buitenland. Een kleine, vaste kern is enthousiast en regelmatig te
zien op nationale en internationale hondententoonstellingen, anderen gaan daar
alleen naar toe om aan een van de fokeisen van de vereniging te voldoen.

Vereniging de Weimarse Staande Hond
De rasvereniging werd op 24 mei 1970 opgericht door een handjevol enthousiaste
Weimaranerliefhebbers en heeft inmiddels 550 leden. Jaarlijks wordt er een clubmatch
georganiseerd, voor de Korthaar is dit meestal een kampioensclubmatch en voor
de Langhaar is dit helaas door het geringe aantal zelden mogelijk. Één keer
per twee jaar wordt een jonge honden dag georganiseerd om zo op een informele
wijze de jonge honden te kunnen beoordelen. Bovendien is dit voor een flink
aantal eigenaren een eerste kennismaking met de vereniging. Daarnaast wordt
enkele malen per jaar een wandeling georganiseerd. Door de vereniging wordt
gestreefd naar het fokken van gezonde Weimaraners, zonder (erfelijke) afwijkingen,
welke voortkomen uit qua exterieur aan de rasstandaard beantwoordende ouderdieren.
Niet alleen exterieur is van belang maar ook het karakter probeert men te behouden.
Daarom wordt door de rasvereniging onder meer het fokken met bejaagde ouder
dieren gestimuleerd door de afgifte van fokcertificaten. De eisen om bij de
pups van een nest een fokcertificaat te verkrijgen hebben betrekking op jachtkwalificaties,
exterieur en HD negatie en of tc. Deze eisen gelden voor beide ouder dieren.
Een andere wijze waarop het werken met de Weimaraner gestimuleerd wordt door
de vereniging is het organiseren van een veldwerkcursus, dit om het aantal Weimaraners
wat in deze tak van hondensport actief is te vergroten. Om deze cursus te volgen
is het al dan niet hebben van een jachtakte niet van belang. De rasvereniging
heeft de status van de 'veldwedstrijdorganiserende vereniging' en draagt jaarlijks
zorg voor één of meer voor- en najaarswedstrijden. Daarnaast wordt er ook een
KNJV-proef georganiseerd en kent de vereniging een aantal interne (aanleg)proeven,
waaronder zweet- en sleepspoorproef. Bij voldoende belangstelling wordt ook
een cursus zweetwerk (bloedspoor) georganiseerd. Het zweetwerk is een onderdeel
waarin de Weimaraner bijzonder uitmunt.
De vereniging "De Weimarse Staande Hond" mag zich verheugen in een
groot aantal actieve leden die het veelzijdige karakter van de Weimaraner weer
spiegelen.